VaccinerenVaccineren of "inenten" beschermt de hond of kat tegen besmettelijke ziekten. Bij een vaccinatie wordt een kleine hoeveelheid van de ziekteverwekker ingespoten in het lichaam. Het dier zal hier niet ziek van worden omdat de ziekteverwekkers in het vaccin door een speciale behandeling onschadelijk gemaakt zijn. Wel zorgt het ervoor dat de hond afweerstoffen tegen de ziekte gaat aanmaken. Komt de hond of kat dan later met de ziekteverwekker in aanraking, dan zorgen de afweerstoffen ervoor dat er geen ziekte ontstaat. De aanwezigheid van afweerstoffen tegen een ziekte wordt immuniteit genoemd. De immuniteit na een vaccinatie duurt niet levenslang. Voor veel ziekten geldt dat af en toe een herhalingsenting gegeven moet worden. Hoe vaak dat nodig is hangt af van de ziekte: Om een hond te beschermen tegen Parvo en Ziekte van Weil is bijvoorbeeld jaarlijkse hervaccinatie nodig terwijl een tegen hondsdolheid ingeënt dier wel drie jaar beschermd is. Pups moeten een aantal malen achtereen ingeënt worden om een goede basisimmuniteit te krijgen. Volwassen dieren hebben onder normale omstandigheden voldoende aan een jaarlijkse hervaccinatie. Hondsdolheidvaccinatie is in Nederland niet nodig omdat de ziekte hier niet voorkomt. Gaat u echter naar het buitenland dan is het verplicht om uw hond of kat minimaal 30 dagen voor vertrek te laten vaccineren tegen hondsdolheid (rabiës). Voor de meeste landen binnen europa geldt dat de hondsdolheidvaccinatie slechts eenmaal per drie jaar gegeven hoeft te worden. Meer informatie over de invoereisen van de verschillende landen vindt u onder "Uw huisdier tijdens de vakantie". Een kennelhoestvaccinatie is aan te raden voor honden die veel in contact komen met soortgenoten, zoals dat in kennels en op hondenclubs het geval is. De meeste pensions stellen overigens de kennelhoestenting tegenwoordig verplicht.
|



