Wormen bij honden en katten Worminfecties komen, zowel bij de hond als bij de kat, regelmatig voor. De soorten waar we in Nederland mee te maken hebben leven allemaal in het maagdarmkanaal van hun gastheren. Hartwormen, wormen die niet in de darm maar in het hart leven en die bijvoorbeeld in de Verenigde Staten voor grote problemen zorgen, kennen we in ons land gelukkig niet.
Maagdarmwormen zijn parasieten wat betekent dat de gastheer last kan ondervinden van hun aanwezigheid. Hoe groot die last is hangt onder andere af van de soort waarmee de hond of kat besmet is, maar ook van het aantal wormen dat het darmkanaal bewoont. Zo zal een hond of kat weinig hinder ondervinden van een lichte besmetting met spoelwormen maar als er veel spoelwormen in de darm zitten, zoals we dat bij pups en kittens vaak zien, kan de groei achterblijven of er ontstaat diarree. Er is overigens nog een reden om spoelwormen te bestrijden en dat is het risico dat ze vormen voor onze eigen gezondheid. Daarover leest u meer in het gedeelte over spoelworminecties bij de mens.
Een andere ongenode gast in de darmen van onze huisdieren is de lintworm. Een lange, platte worm die uit een hele serie segmentjes bestaat. De achterste segmentjes laten los en komen in de ontlasting terecht. Het zijn kleine, langwerpige, lichtgekleurde vormsels die in de ontlasting soms te zien zijn. Ze lijken een beetje op rijstekorrels, met dit verschil dat deze “rijstekorrel” beweegt. Houdt u er rekening mee dat de meeste wormmiddelen deze lintwormen ongemoeid laten. Er is een specifiek lintwormmiddel nodig om deze parasieten te bestrijden. Verder is het van belang om te weten dat een veelvoorkomende lintworm wordt overgebracht door vlooien. U dient dus aandacht te besteden aan vlooienbestrijding als uw hond of kat een lintworm heeft.
Verder komen in Nederland infecties voor met haakwormen en zweepwormen. We zien ze niet zo vaak als spoelwormen en lintwormen, maar ze zijn wel schadelijker. Zelfs kleine aantallen kunnen het slijmvlies van de darm zodanig beschadigen dat de hond ziek wordt. Gelukkig zijn er tegenwoordig effectieve wormmiddelen tegen deze darmparasieten.
Voor de gezondheid van uw hond en kat, maar ook voor die van uzelf en uw kinderen is het van belang uw huisdieren regelmatig te ontwormen!
Spoelwormen* Toxocara canis * Toxocara cati * Toxascaris leonina
Spoelworminfecties komen in Nederland zeer regelmatig voor. De volwassen wormen leven in de dunne darm waar ze zich voeden met het halfverteerde voedsel. Soms wordt de infectie opgemerkt doordat een worm wordt uitgebraakt of met de ontlasting naar buiten komt, maar vaak blijft hun aanwezigheid onopgemerkt. Het niet vinden van wormen in de ontlasting betekent dan ook niet dat de hond of kat geen worminfectie heeft. Een volwassen spoelworm is maximaal 18 cm lang, lichtroze gekleurd en lijkt wat op een sliert spaghetti. Het verloop van een spoelwormbesmetting is afhankelijk van de leeftijd van de hond en van het al dan niet drachtig zijn. Spoelwormbesmetting bij pups en kittens
Honden krijgen hun eerste spoelwormbesmetting al in de baarmoeder waardoor pups al 14 dagen na de geboorte volwassen spoelwormen in de darm kunnen hebben. In Nederland komt 100% van de pups op deze manier met een spoelworminfectie ter wereld!
De vrouwtjes produceren dagelijks ongeveer 200.000 eieren die met de ontlasting naar buiten komen. In deze eieren ontwikkelt zich een larfje waarna het ei infectieus geworden is wat betekent dat het in staat is een hond te besmetten. Doordat het, afhankelijk van de temperatuur, minimaal drie weken duur voordat het eitje infectieus is vormt verse ontlasting geen besmettingsgevaar. De eitjes zijn erg goed bestand tegen allerlei extreme omstandigheden zodat ze jarenlang honden en katten (en mensen!) kunnen besmetten. Pups en kittens infecteren zich door het opnemen van deze eitjes. In het darmkanaal verlaat de larve het ei en begint vervolgens aan een trektocht door het lichaam, waarbij diverse organen schade kunnen oplopen. Wanneer de larven na deze trektocht terugkomen in de darm worden ze volwassen en gaan vervolgens eitjes produceren, waardoor de cyclus rond is. Spoelwormbesmetting bij volwassen dieren Bij een volwassen hond of kat verloopt het eerste deel van de cyclus net als bij de pups en kittens. De rondtrekkende larven keren echter na hun trektocht niet terug in de darm maar blijven achter in allerlei organen. Ze kunnen daar jarenlang in een soort ruststadium aanwezig blijven. Pas wanneer de hond drachtig wordt “ontwaken” ze hieruit en maken ze de cyclus af waardoor er weer eiproducerende spoelwormen in de darm komen. Tevens infecteren ze de baarmoeder waardoor de pups besmet ter wereld komen.
Gevolgen van een spoelworminfectie bij de hond
Volwassen wormen bewonen de darm en veroorzaken daardoor groeivertraging. Wanneer er grote aantallen aanwezig zijn kan de darm verstopt raken of zelfs scheuren. De larven veroorzaken hoesten wanneer ze door de longen trekken. Verder worden leverbeschadigingen gezien tengevolge van rondtrekkende larven.
Spoelworminfecties bij de mensOok bij de mens kunnen, door het opnemen van de eitjes, infecties optreden. Spoelworm larven maken bij de mens een trektocht door het lichaam, net zoals die beschreven is bij de volwassen hond. De larven zullen zich dus niet tot volwassen wormen ontwikkelen maar in verschillende organen en weefsels terecht komen. Ter plaatse kunnen vervolgens kleine ontstekingshaarden ontstaan. Of er ziekte zal optreden is afhankelijk van het aantal opgenomen eitjes en de plaats waar de larven uiteindelijk terecht komen. Gelukkig verlopen de meeste infecties zonder ziekteverschijnselen. Als er wel verschijnselen optreden zijn deze vaak ook niet erg duidelijk. Buikpijn, spierpijn en moeheid, verschijnselen die ook bij griep optreden, kunnen het gevolg zijn van een infectie. Wanner rondtrekkende larven in het oog terechtkomen kan dat zelfs blindheid veroorzaken. Spoelwormeieren worden vooral gevonden op plaatsen waar honden en katten hun behoefte doen zoals in tuinen, plantsoenen, groenstroken en zandbakken. Hoewel infecties bij volwassenen waarschijnlijk net zo gemakkelijk optreden als bij kinderen, lopen kinderen door hun speelgedrag en minder goede hygiëne een veel groter risico geïnfecteerd te worden. Zandbakken zijn een belangrijke bron van infecties met spoelwormen. Infecties met spoelwormen zijn bij de mens helemaal niet zeldzaam. Op grond van bloedonderzoek is gebleken dat 8% van de Nederlanders ooit een infectie heeft doorgemaakt. Nog enkele opmerkingen* De hondenspoelwormen die een mens infecteren bereiken dus nooit de darm en worden ook niet volwassen. Mocht uw kind wormpjes in de ontlasting hebben dan wordt dit niet veroorzaakt door een honden- of kattenspoelworm maar door de mensenspoelworm (Ascaris lumbricoides). Raadpleeg in dat geval uw huisarts. * Ontwormen van drachtige teven met als bedoeling de besmetting van de pups in de baarmoeder te voorkomen is niet effectief. Pups komen dus altijd geïnfecteerd ter wereld. Let wel: u dient de teven wel te ontwormen vanwege de volwassen stadia in de darm maar u voorkomt er niet mee dat de pups besmet geboren worden.
Ontwormingsschema * Ontworm pups op een leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken. Daarna, tot ze een half jaar oud zijn om de twee maanden. * Ontworm volwassen honden 2 keer per jaar.
Lintwormen * Dipylidium caninum * Taenia pisiformis
Lintwormen zijn langgerekte, platte wormen die uit een hele serie segmentjes bestaan. In Nederland hebben we bij de hond en de kat voornamelijke te maken met een tweetal soorten. Beide soorten hebben voor hun levenscyclus twee gastheren nodig.
Dipylidium caninum
Deze lintworm leeft in het dunne darmkanaal van de hond en de kat. Lintwormsegmentjes met daarin eipakketjes komen met de ontlasting in de buitenwereld terecht. De eitjes worden opgenomen door larven van vlooien. In de vlo ontwikkelt de lintwormlarve zich tot een zogenaamde infectieuze larve. Een hond of kat infecteert zich door de vlo met daarin de larve op te likken.
Hond en kat zijn eindgastheer voor deze lintworm en de vlo is de zogenaamde tussengastheer. Dipylidium proglottiden Deze tussengastheer is absoluut nodig om een infectie bij een hond of kat tot stand te brengen. Als een hond ontlasting opeet van een, met een lintworm besmette, soortgenoot dan leidt dit niet tot een lintworminfectie. Het zal dan ook duidelijk zijn dat vlooienbestrijding de belangrijkste preventieve maatregel is. Lintwormen veroorzaken in het algemeen weinig problemen. Als er erg veel wormen aanwezig zijn kan vermagering en een slechte conditie optreden maar meestal blijven de verschijnselen beperkt tot jeuk rond de anus. De lintwormsegmentjes die met de ontlasting naar buiten komen zijn namelijk beweeglijk, wat jeuk veroorzaakt. Lintworminfecties kunnen dan ook de oorzaak zijn van het zogenaamde “sleetje rijden”. Deze beweeglijke, op rijstkorrels lijkende, “maden” (zie de foto hiernaast) zijn meestal gemakkelijk op de verse ontlasting waar te nemen. Infecties met deze lintworm zijn te voorkomen door ervoor te zorgen dat het dier geen vlooien heeft. Voor het bestrijden van een infectie is een specifiek lintwormmiddel nodig. Praziquantel, de werkzame stof in de Droncit® tabletten, is voor dit doel zeer effectief. Dit middel werkt overigens niet tegen spoelwormen zodat u een combinatiepreparaat nodig hebt wanneer u beide soorten wilt bestrijden (Drontal®).
Taenia pisiformis De tweede lintwormsoort die we in Nederland tegenkomen heeft als tussengastheer een muis of een konijn. De tussengastheer raakt besmet door contact met uitwerpselen van een hond af kat. Een hond of een kat kan zich besmetten door een geïnfecteerde muis of een konijn op te eten. Het zal dan ook duidelijk zijn dat jachthonden en muizenvangende katten het grootste risico lopen op een besmetting met deze lintworm. De preventie bestaat uit het voorkomen dat de kat muizen opeet maar voor een buitenlevende kat met jachtpassie is dat uiteraard onmogelijk. Regelmatig ontwormen met een middel dat effectief is tegen lintwormen is dan het enige dat er op zit.
Ontwormen van honden en katten
Pups moeten worden ontwormd op een leeftijd van twee, vier, zes en acht weken. Daarna tot ze een half jaar oud zijn om de twee maanden. Alle volwassen honden moeten twee keer per jaar worden ontwormd. Katten: Ontworm kittens op een leeftijd van vier, zes en acht weken. Daarna tot ze een half jaar oud zijn om de twee maanden. Ontworm alle volwassen katten twee keer per jaar.
Wormmiddelen
Standaard dienen zowel honden als katten ontwormd te worden met een middel dat effectief is tegen spoelwormen. Een effectieve behandeling tegen spoelwormen bestaat overigens uit een kuur van meerdere dagen. Mocht u een lintworminfectie vermoeden doordat er "rijstekorreltjes" in de ontlasting te zien zijn, of omdat uw huisdier een jager is, bedenkt u dan dat spoelwormmiddelen in het algemeen niet voldoende effectief zijn tegen lintwormen. Vraag uw dierenarts naar een geschikt middel.
|